Cookie Instellingen

Om Topfund.nl goed te laten functioneren maken we gebruik van cookies. Lees hier meer over Privacy & cookies.

Alle cookies accepteren
sluiten
Centrale bankiers in tweestrijd
Portret Hein Praats
Een column door
Hein Praats

Centrale bankiers in tweestrijd

Datum:
5/7/2021
Beleggers zijn de laatste tijd in de ban van hogere rentetarieven. Mede door het dilemma waar veel centrale banken mee kampen, zal het zo’n vaart echter niet lopen.

Vorige week schreef ik al over de ommezwaai in de renteverwachtingen van de Federal Reserve. Tijdens de laatste beleidsvergadering bleek namelijk dat de Amerikaanse monetaire beleidsmakers een eerste renteverhoging inmiddels al in 2023 voorzien, in plaats van in 2024 zoals ze in maart nog verwachtten.

Maar hoe lang de oplopende inflatie ook zal voortduren, alles wijst erop dat een terugkeer naar serieus aangescherpt monetair beleid van de traditioneel drie belangrijkste financiële instellingen – te weten de Amerikaanse Federal Reserve, de Europese Centrale Bank en de Bank of Japan – nog wel even op zich zal laten wachten.

Hoewel beleggers schrokken van de eerder dan verwachte, hogere rente die in de VS misschien in het verschiet ligt, zijn alle drie de genoemde centrale banken er namelijk nog altijd van overtuigd dat ze de oplopende inflatie onder controle kunnen houden en dat langdurende prijsstijgingen zullen uitblijven. Daarnaast hebben noch de Fed, noch de ECB en BOJ – ondanks dat het woord verkrapping met steeds grotere regelmaat valt – enige indicatie gegeven van het moment waarop daadwerkelijk monetair verkrapt zal gaan worden.

Chaos in Turkije

Hoe te snel en te rigoureus doorgevoerde monetaire beleidsaanpassingen kunnen uitmonden in chaos, is vorig jaar pijnlijk duidelijk geworden in Turkije. Daar verhoogde de centrale bank (aangespoord door president Erdogan) vorig jaar agressief de rente om zowel de ineenstorting van de Turkse lira te stoppen als de hoog oplopende inflatie in te dammen. Het gevolg was dat Turkije 2020 eindigde als het G-20-land met de hoogste leenkosten en dat buitenlandse beleggers hun vertrouwen in de Turkse economie volledig verloren. Nu kan dit aangemerkt worden als een extreem voorbeeld, maar wellicht zorgt het ervoor dat andere centrale banken zich nog eens extra achter de oren krabben alvorens tot monetaire verkrapping over te gaan.

In ieder geval nuanceerde de baas van de Reserve Bank of New Zealand Adrian Orr onlangs zijn eerder dit jaar aangekondigde intenties om de rente in 2022 te gaan verhogen door te benadrukken dat nu nog totaal niet duidelijk is of de economische omstandigheden in de tweede helft van volgend jaar nog steeds van dien aard zijn dat die plannen voor een retenverhoging dan ook daadwerkelijk zullen worden uitgevoerd.

Wel beweging (maar met een slag om de arm)

Toch betekent dit niet dat er helemaal geen beweging is op het monetaire beleidsfront. Zo is de kans groot dat de Reserve Bank of Australia op zeer korte termijn begint met het terugdraaien van (één van de) obligatieopkoopprogramma’s die vorig jaar in het leven werden geroepen om de gevolgen van de coronacrisis tegen te gaan. Tegelijkertijd heeft gouverneur Philip Lowe herhaaldelijk gezegd dat een verhoging van de rente in Australië er de komende jaren waarschijnlijk nog niet inzit.

Zuid-Korea zou daarentegen tegen het einde van dít jaar de rentetarieven al kunnen verhogen, vooral door het indrukwekkende economische herstel dat kracht werd bijgezet door de export van technologie. Niettemin benadrukte de gouverneur van de Bank of Korea Lee Ju-yeol vorige week met klem dat van verkrapping geen sprake is als de rente op een laagterecordstand, van nu 0,5%, in de nabije toekomst slechts iets uit het dal kruipt.

Voorzichtigheid troef

De voorzichtigheid die Sydney en Seoul betrachten in de communicatie ten aanzien van veranderend monetair beleid, tekent het bredere dilemma waarmee centrale banken worstelen. Beleidsmakers moeten erkennen dat de economische omstandigheden weer gezonder worden, dat financiële markten zich hebben gestabiliseerd en dat de inflatie aantrekt. Om het monetaire beleid dan zonder enige vorm van aanpassing te handhaven, zou niet geloofwaardig zijn.

Van de andere kant praten centrale bankiers elkaar allemaal na voor wat betreft inflatie en werkgelegenheid: ze achten het namelijk allen onwaarschijnlijk dat de oplopende inflatie voor langere tijd zal aanhouden en zien bovendien de arbeidsmarkten voorlopig ook nog lang niet oververhit raken.

Daarmee blijft het zoeken naar evenwicht tussen (te snel) verkrappende en (te langdurend) verruimende maatregelen. Ik ben blij dat ik in die delicate tweestrijd geen centrale bankier ben…