Let op! U belegt buiten AFM-toezicht. Geen prospectusplicht voor deze activiteit. nadenk icon

Fiscale aspecten

 

Een ander belastingstelsel, vergroening, stijging van de belasting op consumptie, werken gaat meer lonen, de belastingtarieven gaan omlaag en de heffingskortingen omhoog. Dit stond in het pakket Belastingplan 2019, dat staatssecretaris Snel van Financiën op 18 september 2018 aan de Tweede Kamer heeft aangeboden. De Tweede Kamer is op 15 november 2018 akkoord gegaan met het Belastingplanpakket.

 

Wat dit voor u als obligatiehouder betekent kunt u hieronder lezen.

 

Inkomsten belasting

Bij een Belegger of natuurlijk persoon kan zich een aantal situaties voordoen met betrekking tot de heffing van inkomstenbelasting. In de Wet op de inkomstenbelasting 2001 worden de inkomsten verdeeld over een gesloten boxenstelsel. Daarbij kan geen verrekening tussen de boxen onderling plaatsvinden. Box 1 bevat het belastbaar inkomen uit werk en woning, belast tegen het progressieve tarief van maximaal 51,75% (2019). Box 2 bevat het belastbaar inkomen uit aanmerkelijk belang en in box 3 zal geheven worden over het belastbaar inkomen uit sparen en beleggen.

Indien een in Nederland wonende Belegger/particuliere belegger een Obligatie heeft in de Vennootschap en de Obligaties niet tot een ondernemingsvermogen behoort, zullen de Obligaties in beginsel in Box 3 in de heffing van inkomstenbelasting worden betrokken. In Box 3 wordt de Belegger geconfronteerd met een forfaitair rendement afhankelijk van de waarde van het vermogen, van 2% - 5,6% over de waarde in het economische verkeer van de Certificaten. De daadwerkelijk gerealiseerde resultaten blijven buiten beschouwing en worden niet in de heffing betrokken. Het forfaitair rendement wordt belast tegen het tarief van 30%, hetgeen leidt tot een effectieve belastingdruk van 0,6% - 1,7% (2019).

De hiervoor genoemde waarde wordt bepaald door de waarde in het economisch verkeer van het vermogen per 1 januari van ieder jaar. Het gaat hier om het netto-vermogen, waarbij de schulden die behoren tot het Box 3 vermogen van de Belegger in aftrek kunnen worden gebracht. Per belastingplichtige mag het heffingsvrije vermogen in mindering worden gebracht op het totale vermogen uit Box 3. Dit heffingsvrije vermogen bedraagt € 30.360,- (2019) en € 60.720,- voor partners.

Een in Nederland woonachtige Belegger of ondernemer (dan wel medegerechtigde tot het vermogen van een onderneming) die de Obligatie tot het ondernemersvermogen (moet) rekenen, wordt in Box I in de heffing van inkomstenbelasting betrokken. Het inkomen uit werk en woning, waaronder de wint uit onderneming, wordt in Box 1 tegen het progressieve tarief van maximaal 51,75% (2019) in de heffing betrokken.

 

Vennootschapsbelasting

Indien een in Nederland gevestigd lichaam een Obligatie in de Vennootschap houdt, wordt het resultaat onderworpen aan de heffing van Vennootschapsbelasting. Een in Nederland gevestigde rechtspersoon of Belegger dient het ontvangen winstdeel en gerealiseerde vervreemdingsvoordelen uit hoofde van de Obligatie in beginsel tot haar belastbare winst te rekenen. Ongeacht de grootte van het belang in de Vennootschap, is de deelnemingsvrijstelling niet van toepassing op de Obligatie in de Vennootschap. Het normale Vennootschapsbelastingtarief voor het jaar 2019 bedraagt 19% over de eerste € 200.000,- en 25% over het resterende deel van de winst.

Voor meer informatie over het belastingplan van 2019 verwijzen wij u naar de website van de rijksoverheid.