Let op! U belegt buiten AFM-toezicht. Geen vergunningplicht voor deze activiteit. nadenk icon

Deel 2. Marktpartijen in FX

 

Traditioneel vallen (commerciële) banken, valutamakelaars, centrale banken en eindklanten onder de belangrijkste spelers op de valutamarkt. Toch is FX de laatste jaren ook steeds toegankelijker geworden voor de particuliere belegger, waar vooral technologische vooruitgang aan heeft bijgedragen.

 

Professionele FX-dealers

Tot de grootste groep traditionele marktparticipanten behoren de FX-dealers; professionele valutahandelaren die in dienst van banken handelen op de interbancaire FX-markt. Zij nemen daaraan deel door bied- en laatkoersen af te geven voor valuta’s die ze op bepaalde niveaus willen kopen of verkopen.

Grofweg kunnen ze worden onderverdeeld in flow traders en proprietary traders. Flow traders draaien hierbij enkel de valutastromen van hun bank weg en handelen zich dus dagelijks ‘uit’ valutaposities die ze van andere partijen ontvangen. Proprietary traders handelen zonder onderliggende fx-flows en kopen en verkopen puur en alleen vanuit speculatief oogpunt.

Valutamakelaars

Op de interbancaire markt wordt door FX-dealers vaak gebruik gemaakt van valutamakelaars. Zij brengen als intermediair tussen kopers en –verkopers dus valutavraag en -aanbod bij elkaar. Dat doen ze door de hoogste bied- en laagste laatkoersen­ die ze van de FX-dealers ontvangen – waardoor de krapste spread, ofwel het kleinste verschil tussen aan- en verkoopprijs, ontstaat – aan de markt aan te bieden.

Centrale banken

Centrale banken vormen van oudsher de derde groep van FX-marktdeelnemers. Zij handelen onder meer in valuta’s om de samenstelling van hun deviezenreserves aan te passen of om onderliggende buitenlandse effecten te kopen en verkopen. Ook kunnen centrale banken ingrijpen om de waarde van de ‘eigen’ valuta te ondersteunen, of juist omlaag te forceren, door deze tegen andere valuta’s te kopen of juist te verkopen.

De eindklant

Eindklanten maken deel uit van de breedste groep marktparticipanten waarin onderscheid wordt gemaakt tussen corporates, institutionele partijen en particuliere beleggers.

Internationaal opererende bedrijven gebruiken FX vaak om zich hedgen tegen valutarisico’s van bijvoorbeeld onderliggende im- en exportstromen of activiteiten van buitenlandse nevenvestigingen.

Bij institutionele beleggers moet worden gedacht aan verzekeraars, pensioenfondsen en fondsbeheerders die bijvoorbeeld de valutastromen van onderliggende obligatie- en aandelenportefeuilles willen afdekken, maar ook aan hedgefondsen die via speculatieve valutaposities willen inspelen op politiek-economische gebeurtenissen.

 

De ‘big short’

In 1992 was er in de FX-markt sprake van één van de grootste valutaspeculaties ooit. Miljardair en grootbelegger George Soros had in dat jaar een shortpositie opgebouwd van 10 miljard pond en speculeerde daarmee op een daling van de Engelse munt. In oktober 1990 was Groot-Brittannië namelijk toegetreden tot het Europese wisselkoersmechanisme (WKM), dat al in 1979 was opgericht als een van de bouwstenen van de Economische en Monetaire Unie (EMU). De munten mochten daarin alleen binnen een beperkte bandbreedte van elkaar bewegen ter vermindering van de wisselkoersvolatiliteit. Soros was echter van mening dat het pond veel te hoog in het WKM was gewaardeerd en dwong de Bank of England (BoE) uiteindelijk om het verzwakte Britse pond eruit te verwijderen. Naar verluidt verdiende de Hongaarse speculant meer dan 1 miljard dollar op deze speculatieve shortpositie.

 

Iedereen krijgt toegang

Omdat vanaf begin jaren negentig de kapitaalstromen tussen landen flink toenamen, vooral dankzij nieuwe technologieën, werd ook de valutahandel – die tot dan toe grotendeels was weggelegd voor de grote financiële instellingen – steeds toegankelijker voor individuele handelaren en particuliere beleggers.

Het waren eerst vooral de traditionele banken die begonnen met het aanbieden van relatief eenvoudig te downloaden handelsplatforms aan hun klanten. Zo konden valutakoersen  live worden gevolgd en kon er vanaf die tijd ook door retailbeleggers, realtime en online, in forex worden gehandeld.

De spreads, waarop het verdienmodel van de banken vooral was gebaseerd, waren in de beginjaren echter nog relatief groot. Dankzij de opkomst van (minder kostintensieve) fintechbedrijven, alsook door de liquiditeit die alsmaar toenam, werden deze spreads echter steeds krapper en liggen ze tegenwoordig op niveaus die ongeveer gelijk staan aan die van de professionele, interbancaire markt.

Vandaag de dag kan, door de niet-gecentraliseerde, elektronische structuur van de FX-markt, dus iedereen 24 uur per dag (op werkdagen) handelen in valuta’s op de grootste en meest liquide financiële markt ter wereld, waarop dagelijks naar schatting zo’n 6,5 biljoen dollar wordt omgezet.  

 

Volgende week gaan we in deel 3 dieper in op handelen met een hefboom.