Let op! U belegt buiten AFM-toezicht. Geen vergunningplicht voor deze activiteit. nadenk icon

Deel 1. Ontstaan en evolutie van Forex

 

Forex staat voor foreign exchange, de Engelse benaming voor de handel in valuta, waarvan de geschiedenis tot ver in de tijd terugreikt. Terwijl in de oertijd nog louter werd gehandeld op basis van goederenruil (een ‘doos’ eieren tegen een ‘zak’ aardappelen) werden in de westerse wereld de eerste gouden en zilveren gelegeerde munten rond 650 v. Chr. geslagen in Lydië (Klein-Azië). In de eeuwen die volgden begonnen meerdere landen en regio’s hun eigen munten te vervaardigen, vooral om de nationale handel te stimuleren en faciliteren.

 

Wisselbrieven

Omdat tijdens de Middeleeuwen het handelsverkeer steeds meer internationaliseerde, werden vanaf eind dertiende eeuw steeds vaker wisselbrieven uitgeschreven, met daarin de wisselkoersen en rentetarieven opgenomen, om ook de betalingen tussen landen onderling te vereenvoudigen. Die wisselbrieven konden vervolgens worden verhandeld op de eerste echte marktbeurs, die in 1409 in Brugge werd opgericht.

De goudstandaard

1875 markeert een van de meest essentiële gebeurtenissen in de geschiedenis van de valutahandel. Toen werd de goudstandaard in het leven geroepen om de hoeveelheid munten en papieren geld formeel te koppelen aan de waarde van goud. Centrale banken moesten vanaf die tijd ten minste zo veel goud in reserve aanhouden als de waarde van al het ‘eigen’ geld in omloop om zodoende een één-op-één convertibiliteit te waarborgen.

De aanloop naar de Eerste Wereldoorlog maakte aan dit systeem echter een einde. Doordat landen veel geld gingen uitgeven ter financiering van de aanstaande oorlog, nam de inflatie toe en werd meer geld gedrukt dan volgens de goudstandaard toelaatbaar was. Die werd in 1914 dan ook losgelaten.

Het akkoord van Bretton Woods

De volgende grote transformatie vond plaats tegen het einde van de Tweede Wereldoorlog; in de vorm van het Bretton Woods-akkoord. Dit was een financieel-economisch akkoord dat in 1944 werd ondertekend door 44 landen om de wereldwijde economische situatie na twee wereldoorlogen te stabiliseren en herstellen. Daarin werd vastgelegd dat alleen de dollar tegen een gefixeerde goudprijs (van $35 per troy ounce) inwisselbaar was en dat de overige valuta, binnen een kleine bandbreedte van 1%, werden gekoppeld aan de waarde van de dollar.

Op dat moment bezaten de Verenigde Staten zo’n driekwart van de wereldwijde goudreserves. De Amerikaanse centrale bank was verplicht in te grijpen om de vaste waarde van de dollar tegen het goud in stand te houden. De overige centrale banken werd voorgeschreven om er alles aan te doen de pariteit van hun valuta tegen de dollar te behouden. Daarmee werd de ‘greenback’ de belangrijkste munt op de financiële markten en geldt deze nu nog steeds als de reservemunt van de wereld.

Systeem van zwevende wisselkoersen

Terwijl er door de grote hoeveelheid naoorlogse leningen die Amerika had verstrekt al grote hoeveelheden dollars richting de VS stroomden, begon de Amerikaanse overheid in de zestigerjaren ook steeds meer geld te drukken om de Vietnamoorlog te kunnen (blijven) financieren. Door het overaanbod van dollars ontstond echter steeds meer twijfel over de stabiliteit van de Amerikaanse munt, en daarmee over de houdbaarheid van het Bretton Woods-akkoord.

In 1971 kondigde toenmalig president Nixon dan ook aan de convertibiliteit tussen goud en de dollar op te heffen, waardoor het akkoord van Bretton Woods vanaf dat moment eigenlijk ophield te bestaan. Dat werd in 1973 ook wettelijk beklonken, waarmee het tijdperk van zwevende wisselkoersen officieel werd ingeluid.

Hoewel centrale banken bij tijd en wijle ingrijpen om buitensporige bewegingen of langdurige periodes van over- of waardering van munten tegen te gaan, zijn vraag en aanbod sindsdien de belangrijkste onderliggende factoren die de valutamarkten aandrijven.

 

Volgende week gaan we in deel 2. dieper in op de belangrijkste marktdeelnemers in de valutahandel.